Hoe loop je 100 kilometer?
Over winnen, twijfelen, pijn lijden en wat er gebeurt wanneer je urenlang alleen bent met je gedachten.
De afgelopen maanden mocht ik Ruben Wolvekamp begeleiden richting de UHUT 100.
Ruben is coach, hardloper en triatleet. Iemand die niet bang is voor een uitdaging, Misschien juist daarom klikte het zo goed tijdens dit traject. Onze gesprekken gingen niet alleen over kilometers, tempo’s of hartslagzones. We hadden het net zo vaak over herstel, vertrouwen, twijfel en de mentale kant van ultralopen.
Ik heb enorm genoten van de voorbereiding op dit avontuur samen met Ruben. Niet alleen omdat het mooi is om iemand stap voor stap naar zo’n groot doel toe te zien werken, maar ook omdat ik zelf een zwak heb voor lange afstanden. Er is iets fascinerends aan een uitdaging waarvan je vooraf niet precies weet hoe je erop gaat reageren.
Nog meer heb ik genoten van het gesprek dat we na afloop hadden.
Een open gesprek over wat er werkelijk gebeurt tijdens een ultratrail. Over de trainingen die niemand ziet. Over de momenten waarop alles pijn doet. Over het verschil tussen fysieke vermoeidheid en mentale vermoeidheid. En over het geheime wapen: “mentale kracht”.
Speciaal voor jullie heb ik de belangrijkste lessen uit dat gesprek samengevat in deze editie van mijn wekelijkse Substack.
Want uiteindelijk gaat een 100 kilometer niet alleen over hardlopen.
Foto: Ruben Wolvekamp, winnaar van de UHUT 100. Ik sprak Ruben over de mentale kant van ultralopen.
Een plan aan de borreltafel
Zoals zoveel plannen begon ook dit plan met een biertje.
Een vriend opperde het idee om eens verder te kijken dan de marathon. Ruben liep al marathons, deed triatlons en had een sterke motor. Waarom niet eens kijken wat er gebeurt als je de afstand ruimschoots verdubbelt?
“100 kilometer leek me eigenlijk een mooi begin.”
Ik moest lachen toen hij dat zei.
Een mooi begin.
Het is typisch iets wat alleen ultralopers zeggen.
De trainingen waar niemand jaloers op is
Op sociale media zie je de finishfoto’s.
Wat je niet ziet zijn de zondagen waarop het regent, de benen zwaar voelen en er toch bijna vijftig kilometer op het programma staat.
Ruben vertelde over een training op een druilerige zondagmorgen.
48 kilometer.
Vermoeide benen.
Geen enkele reden om naar buiten te gaan.
Behalve dat het op het schema stond.
“Ik heb eigenlijk nog nooit meegemaakt dat ik geen zin had om te lopen, toch ben gegaan en daarna dacht: had ik dat maar niet gedaan.”
Dat is misschien wel de rode draad van het ultralopen.
Niet motivatie.
Niet talent.
Gewoon blijven opdagen.
Steeds opnieuw.
Mentale kracht leer je niet op goede dagen
Tijdens ons gesprek kwamen we terug op een trail van 60 kilometer die Ruben een paar maanden eerder liep.
Niet omdat het zijn beste wedstrijd was.
Juist niet.
Het was een dag waarop hij zichzelf onderweg keihard tegenkwam.
Fysiek was er eigenlijk niet zoveel aan de hand. Hij was fit genoeg en goed voorbereid. Toch ging het niet zoals gehoopt. Al vroeg in de wedstrijd begonnen de twijfels. De benen voelden zwaar. Het liep niet vanzelf. Gedachten als waarom doe ik dit eigenlijk? en dit wordt helemaal niets namen de overhand.
Achteraf bleek die wedstrijd misschien wel een van de belangrijkste momenten in de voorbereiding op de UHUT 100.
Niet vanwege de kilometers die hij maakte, maar vanwege de les die hij eruit trok.
Mentale kracht ontstaat namelijk niet op dagen waarop alles vanzelf gaat. Die ontstaat juist op dagen waarop je moet omgaan met tegenslag, vermoeidheid en twijfel.
Ruben ontdekte hoe groot de invloed is van de verhalen die je jezelf onderweg vertelt. Niet omdat de omstandigheden veranderen, maar omdat jouw reactie daarop verandert.
Die ervaring nam hij mee naar de start van de UHUT 100.
En misschien heeft die ene moeilijke dag uiteindelijk meer bijgedragen aan zijn overwinning dan welke training dan ook.
Kilometer 70
Mensen vragen vaak waar een ultramarathon zwaar wordt.
Dat is onmogelijk te beantwoorden.
Maar voor Ruben begon de echte wedstrijd ergens rond kilometer 70.
Tot dat moment liep alles volgens plan.
Sterker nog.
Hij schoof steeds verder naar voren in het deelnemersveld.
Bij iedere verzorgingspost werd het gat naar de koploper kleiner.
Zeven minuten.
Vijf minuten.
Twee minuten.
Tot hij hem uiteindelijk zag lopen.
De man die volgens de vrijwilligers onbereikbaar leek.
“Ik vroeg nog of het goed ging.”
Dat ging het niet.
De koploper zat volledig stuk.
En ineens lag Ruben aan de leiding.
Met nog 30 kilometer te gaan.
Dat is het bizarre van een ultra.
Bij een marathon voelt 30 kilometer als een overwinning.
Bij een ultra is het soms pas het begin.
De kunst van jezelf niet zielig vinden
Ik vroeg hem welke gedachte hem het meest geholpen had.
Zijn antwoord was verrassend eenvoudig.
Positief blijven.
Niet op een zweverige manier.
Niet door pijn weg te drukken.
Maar door bewust te kiezen waar je aandacht naartoe gaat.
Hij vertelde dat hij zichzelf regelmatig hardop toesprak.
“I’m actually enjoying this.”
Niet omdat alles leuk was.
Zijn benen deden pijn.
Het was warm.
Hij had al uren gelopen.
Maar ergens begreep hij iets wat veel lopers vergeten.
Je hoeft niet alles te geloven wat je denkt.
Soms mag je je eigen gedachten best een beetje sturen.
Van post naar post
Wie nog nooit een ultra heeft gelopen denkt vaak dat je bezig bent met die 100 kilometer.
Dat is niet zo.
Je bent bezig met het volgende punt.
De volgende verzorgingspost.
De volgende bocht.
Het volgende uur.
Ruben verdeelde de wedstrijd in blokken van ongeveer vijftien kilometer.
Niet verder kijken.
Gewoon het volgende stuk.
Dat klinkt simpel.
Maar misschien is dat juist waarom het werkt.
Wat ik zelf mooi vind aan ultralopen
Tijdens ons gesprek merkte ik dat we steeds minder over hardlopen praatten.
En steeds meer over het menselijke.
Over omgaan met ongemak.
Over veerkracht.
Over de verhalen die we onszelf vertellen wanneer dingen moeilijk worden.
Dat is misschien ook waarom ultralopen me zo fascineert.
Je kunt je niet verschuilen achter talent.
Niet achter snelheid.
Niet achter een goede dag.
Uiteindelijk blijf jij over.
Met je gedachten.
Met je twijfels.
Met je keuzes.
Misschien is dat ook waarom ik zo heb genoten van het traject met Ruben. Natuurlijk is het bijzonder om iemand te begeleiden naar een doel als de UHUT 100. En laten we niet vergeten dat hij zijn allereerste 100 kilometer direct wist te winnen. Een indrukwekkende prestatie, zeker voor iemand die nog relatief nieuw is in de ultrawereld.
Maar wat me misschien nog wel het meest is bijgebleven, is de manier waarop hij over die dag praat.
Niet over de overwinning.
Niet over het podium.
Maar over de lessen die hij onderweg leerde.
Over het belang van positieve zelfspraak. Over het opdelen van een grote uitdaging in kleine stukjes. Over vertrouwen op je voorbereiding wanneer het zwaar wordt.
Toen ik hem vroeg welk advies hij zou geven aan iemand die zelf droomt van een eerste ultra, hoefde hij niet lang na te denken.
“Gewoon doen. Schrijf je in. Maar neem de tijd om er naartoe te bouwen.”
Misschien is dat wel de mooiste les uit dit verhaal.
Een ultramarathon vraagt geen uitzonderlijk talent. Wel geduld. Consistentie. Nieuwsgierigheid. En de bereidheid om af en toe iets te doen waarvan je vooraf niet zeker weet of het gaat lukken.
Precies daarom blijven deze afstanden zoveel mensen aantrekken.

