Meten is Weten
Wat topcoaches dagelijks meten en wat jij daarvan kunt gebruiken
Vorige week op Papendal, tijdens de Topcoach-opleiding, kwam één thema telkens terug: topcoaches trainen niet op gevoel, ze sturen op data.
Niet omdat gevoel onbelangrijk is.
Maar omdat gevoel zonder context vaak liegt.
We kregen les van Wigert Thunnissen, jarenlang bondscoach estafette en een van de architecten achter de Nederlandse estafette-successen op WK’s en Olympische Spelen. Hij is iemand die het hele speelveld overziet: techniek, kracht, fysiologie, mentale kant, begeleidingsteam – en vooral: hoe je dat alles meet en vertaalt naar betere prestaties.
Bij de sprinters waar hij mee werkte, beslist een honderdste seconde over de finale of de tribune. Je kunt je dan geen “ik denk dat het wel goed gaat”-aanpak permitteren.
Alles draait om feiten.
En dat triggerde mij opnieuw in mijn werk met hardlopers:
👉 Wat meten wij eigenlijk?
👉 En wat zouden we beter kunnen meten, zónder er een compleet laboratorium omheen te bouwen?
Dit artikel is mijn vertaalslag van Papendal naar jouw duurloop, intervaltraining en marathonvoorbereiding.
Robin Rose gefocust tijdens de Sub40Club training bij AAC
Foto: Pibe Baartman
Waarom ‘op gevoel trainen’ niet genoeg is
Veel lopers zeggen:
“Ik ken mijn lichaam wel, ik voel het wel.”
Tot we gaan meten.
Dan blijkt vaak iets heel anders:
De “rustige duurloop” blijkt structureel in Zone 3 te zitten.
De “herstelloop” is eigenlijk gewoon een extra prikkel bovenop een al volle week.
De “ik doe best veel kracht” blijkt neer te komen op één keer per week wat lunges.
De “ik loop al jaren hetzelfde rondje” laat zien dat er nauwelijks progressie is.
Gevoel is niet waardeloos. Ik gebruik het zelf dagelijks in coaching.
Maar: gevoel zonder data is ruis.
Data helpt je drie dingen doen:
Terugkijken: Wat heb ik écht gedaan?
Begrijpen: Waarom reageert mijn lichaam zoals het reageert?
Sturen: Wat is nu logisch als volgende stap?
En precies dat is wat topcoaches de hele dag doen.
Wat topcoaches meten (in grote lijnen)
Op Papendal werd het mooi uitgezoomd. Topcoaches kijken niet naar één getalletje, maar naar een combinatie van meetpunten:
Prestaties
Tijden, afstanden, snelheden, wedstrijdresultaten. Niet één uitschieter, maar patronen.Fysieke kwaliteiten
Kracht, sprongvermogen, snelheid, uithoudingsvermogen, lenigheid, coördinatie.Belastbaarheid
Trainingsleeftijd, blessuregeschiedenis, herstelvermogen, reactie op training.Fysiologie
Hartslag, lactaat drempels, zuurstofopname (VO2max), vermogen.Techniek & biomechanica
Looppatroon, pasfrequentie, voetplaatsing, krachten, asymmetrie.Mentale status & leefstijl
Stress, slaap, focus, agenda, werk/privé – alles wat impact heeft op training en herstel.
Dat klinkt enorm complex, maar de kern is simpel:
Ze willen weten wat er gebeurt, zodat ze gericht kunnen bijsturen.
En jij dan, als hardloper?
Je hebt geen nationale selectie om je heen. Geen staf van tien man.
Maar je kunt wél ontzettend veel winnen door een beetje meer als een topcoach te denken.
Ik zie bij recreatieve én ambitieuze lopers vaak twee uitersten:
Of ze meten bijna niks (“ik loop gewoon lekker”)
Of ze meten álles, maar doen er niets mee (“ik heb heel veel data in Garmin / Strava maar ik kijk er nooit echt naar”)
De kracht zit in het midden:
👉 een paar dingen heel goed meten en ook écht gebruiken.
In het gratis deel van dit artikel geef ik je eerst het overzicht:
welke vormen van meten ik zinvol vind voor hardlopers
hoe je ze praktisch kunt gebruiken
In het betaalde deel duiken we diep:
de 6 belangrijkste metrics
hoe je ze concreet meet
hoe vaak
hoe je voorkomt dat je verdwaalt in de cijfertjes
Wat jij zélf kunt meten (zonder gek te doen)
Laten we beginnen met de “toolbox” die bijna iedere loper tegenwoordig heeft:
sporthorloge (Garmin, Coros, Polar, Suunto, etc.)
eventueel hartslagband
soms een vermogensmeter (bijvoorbeeld Stryd)
je eigen lichaam en hoe je je voelt
eventueel toegang tot een inspanningstest of lactaattest
eventueel tools zoals Runeasi of video opnamen voor loopanalyse
Uit al die mogelijkheden zijn dit, in mijn ogen, de meest waardevolle dingen om te meten als loper:
1. Trainingsbelasting
Hoeveel doe je eigenlijk?
Totaal aantal kilometers per week
Aantal minuten per zone
Aantal intensieve sessies per week
Dit zegt iets over:
👉 je risico op blessures
👉 je kans op progressie
👉 of de balans tussen werk en herstel klopt
2. Zones & intensiteit
Niet alleen dát je loopt, maar hoe hard.
Loop je je rustige duurlopen echt rustig genoeg?
Komt je kwaliteitstraining écht in de juiste zones uit?
Is er verschil tussen hoe jij “zwaar” voelt en wat je hartslag/vermogen laat zien?
Zonder zones is een schema een soort mooie wens.
Met zones wordt het een instrument.
3. Progressie in je “easy pace”
Dit is een van mijn favoriete data-punten.
Als je een jaar lang trouw in Zone 1–2 traint, zou je moeten zien:
dat je bij dezelfde hartslag sneller wordt, of
dat je bij hetzelfde tempo een lagere hartslag hebt.
Dat is pure uithoudingsprogressie.
Veel interessanter dan alleen maar kijken naar PR’s.
4. Herstel & belastbaarheid
Hoe snel kom jij terug na een zware training of wedstrijd?
Rusthartslag
HRV (hartslagvariabiliteit)
Slaapduur en -kwaliteit (desnoods gewoon zelf bijhouden)
Hoe je je subjectief voelt (energie, spierpijn, concentratie)
Je hoeft geen complete biohacker te worden, maar één of twee vaste meetpunten kunnen je al veel vertellen.
5. Kracht & sprongvermogen
Hardlopen is een herhaalde eenbenige sprong.
Toch meten de meeste lopers nooit wat hun lichaam aankan.
Simpel voorbeeld:
Hoe hoog kun je springen vanuit stand?
Kun je links en rechts hetzelfde?
Als dit verbetert, heb je meer motor achter je hardlopen – en vaak minder blessurerisico.
6. Techniek & impact
Hier komt mijn fysio-hoofd en Runeasi-nerd in mij naar boven.
Wat ik zie: heel veel blessures zijn geen kwestie van “pech”, maar van een herhaald, onhandig belastingspatroon.
Met video en een tool als Runeasi kun je onder andere zien:
hoe stabiel je romp is
hoe je bekken beweegt
wat je cadans is
hoe de impactkrachten door je lijf lopen
of er duidelijke asymmetrie zit links-rechts
Dit geeft vaak eye-openers waar je met oefeningen en techniektraining direct iets aan kunt doen.
Tot zover het overzicht.
Nu wordt het interessant…
Als je tot hier leest, hoor je waarschijnlijk bij de groep lopers die méér wil dan “een schema volgen en zien waar het schip strandt”.
In het betaalde deel neem ik je stap voor stap mee langs de 6 belangrijkste metrics die ik gebruik bij atleten – van marathonlopers tot ultra’s – en laat ik zien:
hoe je ze zélf kunt meten
welke fouten je beter vermijdt
en hoe je die data vertaalt naar slimme keuzes in je training
Dit is precies de laag die vaak ontbreekt tussen “ik train best veel” en “ik haal eindelijk het niveau waarvan ik weet dat het erin zit”.


