Wat voeten ons vertellen over hardloopblessures
Een gesprek met Sharon Beld over bewegen, behandelen en verder kijken dan de klacht
Toen ik nog als fysiotherapeut werkte, had ik een zwak voor voeten.
Dat klinkt misschien wat vreemd, maar hoe langer ik met hardlopers werkte, hoe vaker ik zag dat klachten ergens een relatie hadden met wat er onderaan de keten gebeurde.
Een stijve enkel.
Een voet die niet mooi afwikkelt.
Een verschil tussen links en rechts.
Of juist een voet die volledig normaal oogt, terwijl er toch klachten ontstaan.
Tegelijkertijd leerde ik ook iets anders: hoe meer je weet, hoe vaker je beseft dat je niet alles weet.
Soms kwam er een hardloper binnen waarbij ik voelde dat ik iets miste. Een klacht die terug bleef komen. Een bewegingspatroon dat niet helemaal logisch was. Op die momenten stuurde ik mensen regelmatig door naar Sharon Beld van Podotherapie Beld.
Inmiddels heeft ze mij zelf ook meerdere keren geholpen.
Wat mij altijd is bijgebleven, is haar manier van kijken. Of beter gezegd: haar manier van niet alleen naar de voet kijken.
Toen ik haar vroeg wat volgens haar het grootste misverstand is dat hardlopers hebben over voeten, hoefde ze niet lang na te denken.
“Dat je aan een voet kunt zien of iemand geblesseerd gaat raken.”
Ze lacht.
“Een platte voet of een holle voet is niet automatisch een probleem. Ik kijk veel meer naar hoe die voet functioneert tijdens het lopen, hoe iemand belasting opbouwt en welke compensaties er ontstaan.”
Dat antwoord verrast me eigenlijk niet.
In de loop der jaren heb ik genoeg hardlopers gezien met een ogenschijnlijk perfecte voet die toch geblesseerd raakten. En net zoveel lopers met een voet waar iedere zorgverlener direct iets van zou vinden, die probleemloos duizenden kilometers maakten.
Foto: Sharon Beld, podotherapeut, maar vooral bewegingsspecialist.
De voet als oorzaak. Of juist niet.
Veel hardlopers zoeken naar de oorzaak van hun blessure op de plek waar het pijn doet.
Dat is logisch.
Maar volgens Sharon is dat vaak te simpel gedacht.
“Veel mensen kijken naar een voet die naar binnen zakt en denken direct: daar zit het probleem. Maar regelmatig blijkt die voet juist een oplossing van het lichaam te zijn voor iets wat hogerop gebeurt.”
Dat is precies waarom ze nooit alleen naar de voet kijkt.
Ze wil begrijpen waarom het lichaam een bepaald bewegingspatroon kiest.
Ik vraag haar hoe zij naar de rol van de voet kijkt tijdens het hardlopen.
“De voet moet eigenlijk alles kunnen. Hij moet schokken opvangen, zich aanpassen aan de ondergrond, stabiliteit bieden en vervolgens weer een stijve hefboom worden voor de afzet.”
Terwijl ze dat uitlegt, realiseer ik me opnieuw hoe complex hardlopen eigenlijk is.
We zetten duizenden stappen tijdens een training. Iedere stap vraagt iets van de voet. Niet als los onderdeel, maar als onderdeel van een groter geheel.
Waarom blessures blijven terugkomen
Een onderwerp waar we allebei enthousiast van worden, is blessurepreventie.
Of misschien beter gezegd: het voorkomen dat dezelfde blessure steeds terugkomt.
Achillespeesklachten.
Scheenbeenklachten.
Plantaire fasciopathie.
Knieklachten.
Sharon ziet ze dagelijks.
“Een klassieker is een achillespees die alleen lokaal behandeld wordt. Natuurlijk moet je aandacht besteden aan de pijnlijke structuur, maar soms zit het grootste probleem ergens anders.”
Ze noemt enkelmobiliteit, heupcontrole, cadans, trainingsopbouw en schoenkeuze als voorbeelden.
Dat herken ik direct.
In de praktijk zijn blessures zelden het gevolg van één fout.
Meestal is het een optelsom.
Net iets meer kilometers.
Net iets minder herstel.
Een kleine bewegingsbeperking.
Een verandering van schoenen.
Op zichzelf geen probleem.
Maar de optelsom soms wel.
De podotherapeut die niet direct een zool voorschrijft
Misschien wel het grootste misverstand over podotherapie is dat het uitsluitend over steunzolen gaat.
Ik vraag Sharon hoe zij daar naar kijkt.
“Mensen denken vaak dat een podotherapeut vooral zolen maakt. Terwijl ik mezelf eerder zie als een bewegingsspecialist.”
Dat antwoord vat haar werkwijze misschien wel het beste samen.
Natuurlijk schrijft ze zolen voor wanneer dat nodig is.
Maar opvallend genoeg hebben we tijdens ons gesprek veel vaker over loopanalyse, krachttraining, mobiliteit en belastbaarheid dan over zooltherapie.
Volgens haar kan een zool een waardevol hulpmiddel zijn.
Maar niet iedere hardloper heeft er één nodig.
En soms kan een zool zelfs een schijnoplossing worden.
“Als iemand denkt dat het probleem nu opgelost is en vervolgens de trainingsbelasting veel te snel opvoert, dan heb je het echte probleem niet aangepakt.”
Dat is een uitspraak die waarschijnlijk meer hardlopers zouden moeten horen.
Carbonschoenen, krachttraining en gezond verstand
Zoals in vrijwel ieder gesprek met hardlopers komen ook carbonschoenen voorbij.
Sharon blijkt verrassend nuchter.
“Ik ben niet pro of anti carbon. Het is een hulpmiddel.”
Volgens haar lopen sommige hardlopers efficiënter op een carbonschoen, terwijl anderen juist meer belasting ervaren op de kuit, achillespees of voorvoet.
Het probleem zit dus niet in de schoen.
Het probleem ontstaat vaak wanneer mensen veranderingen sneller doorvoeren dan hun lichaam aankan.
Dat brengt ons automatisch bij krachttraining.
Een onderwerp waar onze visies behoorlijk overeenkomen.
“Een sterke voet zonder sterke kuit, heup en romp is maar een halve oplossing.”
Dat vind ik misschien wel één van de sterkste uitspraken van ons gesprek.
Omdat het precies raakt aan waar blessurepreventie uiteindelijk om draait: belastbaarheid.
Dat hamertje
Ik kan het natuurlijk niet laten om ook het hamertje ter sprake te brengen.
Want iedereen die ooit bij Sharon op de behandeltafel heeft gelegen, weet waar ik het over heb.
Voor buitenstaanders ziet het er soms wat spectaculair uit.
Voor Sharon is het gewoon een techniek.
“Het gaat om een kleine, gecontroleerde impuls om een gewricht te mobiliseren. Niet omdat het hard moet, maar omdat een precieze prikkel soms effectiever is dan langdurig duwen of trekken.”
Zoals ze het uitlegt klinkt het ineens een stuk minder mysterieus.
Foto: orthomanuele behandeling
Wat ik meeneem uit dit gesprek
Aan het einde van ons gesprek vraag ik Sharon wat iedere hardloper morgen zou kunnen doen om zijn voeten gezonder en sterker te maken.
Ze hoeft er niet lang over na te denken.
“Gebruik je voeten weer actief. Werk aan voet- en kuitkracht, balans en een goede afwikkeling.”
Simpel.
Maar misschien juist daarom zo waardevol.
Toen ik jaren geleden als fysiotherapeut met hardlopers werkte, dacht ik vaak dat veel antwoorden in de voet te vinden waren.
Na dit gesprek denk ik daar nog steeds zo over.
Met één belangrijk verschil.
De voet is zelden het hele verhaal.
En misschien is dat wel precies waarom Sharon zo goed is in wat ze doet.
Ze kijkt niet alleen naar waar iemand pijn heeft.
Ze probeert te begrijpen waarom het lichaam doet wat het doet.
En uiteindelijk is dat misschien wel de belangrijkste vraag die iedere zorgverlener zichzelf zou moeten stellen.
In de jaren dat ik als fysiotherapeut werkte, heb ik regelmatig hardlopers naar Sharon doorverwezen wanneer ik het gevoel had dat er meer speelde dan alleen de klacht zelf. Dat doe ik nog steeds met vertrouwen.
Loop je al langere tijd rond met een blessure, of blijf je tegen dezelfde klachten aanlopen? Dan kan het waardevol zijn om eens door Sharon of één van haar collega’s mee te laten kijken.
Meer informatie vind je via Podotherapie Beld.


